Townhall-sessie arbeidsmarktdiscriminatie, 28 maart 2022 Vlissingen

Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR), Rabin Baldewsingh, was op 28 maart op de HZ (Hogeschool Zeeland) in Vlissingen om te praten over arbeidsmarktdiscriminatie en stagemarktdiscriminatie. Dat is nog steeds een groot probleem, en daarom wil de NCDR dit onderwerp een plek geven in het Nationaal Programma, dat opgesteld wordt om de huidige aanpak van discriminatie en racisme te versnellen. 

Sprekers

De NCDR ging bij deze ‘Townhall-sessie’ in gesprek met Jolanda van de Ven (UWV), Yoka Eeltink (Algemene Bond Uitzendondernemingen), Jorien Mesu-Minderhoud (docent HZ), Iris Andriessen (lector diversiteit en (ortho)pedagogisch handelen, Fontys), Joost d'Hondt (eigenaar restaurant 't Zusje in Terneuzen) en Marcel van Boven (stagebureau HZ Hogeshool).
 

Stagediscriminatie

Iris Andriessen onderzocht arbeidsmarktdiscriminatie. Zo'n 13% van de mensen heeft ermee te maken en als mensen een baan zoeken dat op allerlei gronden gebeuren: leeftijd, beperking of etnische achtergrond. Ook mensen die al een baan hebben, ervaren discriminatie. Van de werknemers maakt 16% discriminatie op het werk mee. Ook op de stagemarkt krijgen studenten te maken met discriminatie. "De helft van de mensen krijgt na afloop van een stage een baan aangeboden, dus een stage is erg belangrijk voor veel mensen. Des te kwalijker de oneerlijke kansen op een stage", aldus Andriessen. Haar onderzoek laat zien dat 24% van de studenten discriminatie ervaart in de zoektocht naar een stageplek. Slechts een klein percentage maakt er ook een melding van: "Ze hebben weinig vertrouwen in oplossingen voor het probleem."
 

Dooddoeners

De NCDR zegt een groot voorstander te zijn van quota: "Dat het zou gaan om ‘kwaliteit’ en het ‘niet kunnen vinden van ‘divers’ personeel zijn beide dooddoeners. Mensen die diversiteit brengen zijn er immers genoeg. En diversiteit en kwaliteit sluiten elkaar alles behalve uit." Inclusiviteit is daarnaast ook belangrijk, zegt hij: "Doe meer dan alleen mensen uitnodigen op het feestje. Geef ze – bij wijze van spreken - ook de mogelijkheid om op hun manier te dansen." Hij ziet graag dat het gesprek voorbij ‘bewustwording creëren’ gaat. "Je moet namelijk ook willen, dan pas kom je bij creatieve oplossingen."

Open hiring

Een manier om discriminatie tegen te gaan is ‘open hiring’, vertelt Van de Ven. Dit is een nieuwe manier van werving. "Bij Open Hiring stuur je geen sollicitatiebrief en heb je geen sollicitatiegesprek. Je komt op een wachtlijst bij een bedrijf. Ben je nummer één op de lijst, dan word je opgebeld voor een arbeidsvoorwaardengesprek. Op deze manier wordt niemand uitgesloten en iedereen krijgt een kans." D’Hondt, die Open Hiring toepast, spreekt uit eigen ervaring dat het meer diversiteit in zijn bedrijf heeft gebracht: "Gewoon doen en vertrouw het proces."

Vaderschapsverlof

Andere manieren om discriminatie tegen te gaan brengt Stefano Frans naar voren, voorzitter Landelijke Vereniging tegen Discriminatie. Hij noemt het vaderschapsverlof als voorbeeld. Het huidige stelsel is volgens hem 'gedateerd’: "Wanneer twee vaders een kind krijgen, zijn ze nog heel erg afhankelijk van of hun werkgever ze vaderschapsverlof geeft dat langer is dan twee dagen." Ook in heteroseksuele relaties zou een beter vaderschapsverlof ervoor kunnen zorgen dat vrouwen sneller terug kunnen naar de arbeidsmarkt en niet als enige verantwoordelijk zijn voor de zorg van het kind.