Terugblik Nationaal Congres tegen Discriminatie en Racisme 2024 'Verbinding in Verscheidenheid'

Het tweede Nationaal Congres tegen Discriminatie en Racisme vond plaats in Nieuwegein op 20 juni 2024. Waar het thema van het eerste congres, 'de Kracht van het Verschil' focuste op hoe onze samenleving sterker is door onze diversiteit, legde het NCDR deze keer de nadruk op hoe wij met al onze verschillen toch de verbinding aan kunnen gaan met het thema 'Verbinding in Verscheidenheid'. Met een grote opkomst van beleidsmakers, uitvoeringsorganisaties, grassroots en belangenorganisaties en vele andere geïnteresseerden was ook dit congres een groot succes. Hier volgt een verslag van hoe het congres verliep.

Rabin met grote steen 'Verbinding in Verscheidenheid'
Beeld: ©Bureau NCDR

Impactvolle opening

Zodra de meeste aanwezigen plaats hebben genomen in de zaal klinkt er muziek en begint het congres. Breakdancer Redo geeft een indrukwekkend optreden, waarin hij - met behulp van een van de kinderen die later het podium op zal komen - een grote kei van het podium sleept. Nadat hij zingend het podium op is gekomen, opent Rabin Baldewsingh (Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme) het Nationaal Congres met het opsommen van een aantal nieuwsberichten uit de media, uit de week voorafgaand aan het congres. Deze incidenten laten zien dat discriminatie en racisme nog altijd veel voorkomen. “We leven thans in een tijd waarin het uitgangspunt van het leven lijkt: mijn gelijk moet ook jouw gelijk zijn. En dat wrijft, dat schuurt en drijf mensen uit elkaar. Ja, “mijn gelijk” mag degelijk bestaan, maar laat dat juist het vertrekpunt zijn voor een gesprek, met respect voor de tegenstem, om te komen tot gelijkwaardigheid, inclusie en rechtvaardigheid, ongeacht wie je bent en wat jouw kleur, geaardheid, gender of geloof is, en waar je wieg heeft gestaan of je je wortels hebt liggen”. Hij spreekt de hoop uit dat iedereen respectvol met elkaar in gesprek gaat om zodoende uiteindelijk tot meer onderlinge verbinding te komen. Dat is belangrijk, want zoals het Surinaamse spreekwoord zegt: ‘wie de stenen op zijn pad niet opruimt, zal zijn kinderen en kleinkinderen zien struikelen’.

Redo staat met een kind op het podium. Ze trekken aan een groot steen met de tekst: 'Verbinding in verscheidenheid', het thema van het Nationaal Congres tegen Discriminatie en Racisme 2024.
Beeld: ©Bureau NCDR

Het belang van die komende generaties wordt benadrukt in het volgende programmaonderdeel. Tako Rietveld, Kindercorrespondent, gaat in gesprek met zes kinderen in de basisschoolleeftijd uit het hele land. De kinderen vertellen hoe zij zelf in aanraking zijn gekomen met discriminatie en/of racisme en wat dat met hen gedaan heeft. Sommige scholen bevorderen het voeren van gesprekken hierover, en de kinderen geven aan dat ze dan kunnen vertellen hoe discriminatie uitwerkt. Een enkel kind heeft hierover in het Jeugdjournaal mogen vertellen en juist die openheid, en brede steun van omstanders naderhand, heeft haar erg geholpen. Een ander kind vertelt dat hij zich in Nederland niet echt Nederlands voelt door de blik van anderen, maar dat hij zich in het land van zijn ouders juist weer meer Nederlander voelt omdat hij daar weer als buitenstaander gezien wordt. De kinderen geven als tip aan de volwassenen mee dat het goed is om met elkaar in gesprek te gaan, juist als je elkaar niet kent.

Keynote toespraken

Ahmed Marcouch

Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem, geeft de eerste toespraak, waarin hij wijst op de ontwikkelingen in de afgelopen dertig jaar. Waar de uitlatingen van Hans Janmaat van de Centrumdemocraten als onacceptabel werden ervaren en er vervolgens een cordon sanitaire gold rond deze politieke partij, is te zien dat de uitingen nu steeds harder en normaler worden. Als voorbeeld noemt hij de uitlatingen in een tv-programma met betrekking tot kamerlid Habtamu de Hoop, die de spreker naderhand voortreffelijk en beschaafd van repliek diende. Toch toont juist dit voorbeeld aan dat Nederland hierin opgeschoven is, men kan discriminerende opmerkingen gewoonweg maken.

Speech Ahmed Marcouch (Burgemeester Arnhem)
Beeld: ©Bureau NCDR

Marcouch benadrukt dat discriminatie en racisme niet aangeboren, maar aangeleerd zijn. Als oorzaak voor de toename in discriminatie en racisme ziet hij de bedreiging die mensen voelen ten aanzien van hun bestaanszekerheid. De continue nadruk op zelfredzaamheid en de competitie om schaarse goederen, zoals huizen, veroorzaken leefstress. Ook door de toegenomen politieke onzekerheid wereldwijd groeit de angst bij mensen. En die angst kan snel omslaan in haat. Om de competitie om te buigen naar solidariteit is het naar zijn mening belangrijk dat de democratische rechtsstaat beschermd wordt.

Voordat de volgende keynote sprekers komen, vraagt dagvoorzitter Sheila Sitalsing Redo terug op het podium. Na een introductie met het persoonlijke verhaal over zijn fysieke beperking brengt Redo nog een dans ten uitvoer.

Mpho Tutu

Hierna volgt een toespraak van Mpho Tutu (predikant, kunstenares, auteur, spreker), de dochter van wijlen aartsbisschop Desmond Tutu. Ze vertelt dat haar vader niet geloofde in een homofobe God of een homofobe hemel. Hij was echter niet politiek geëngageerd of progressief, maar hij had deze opvattingen omdat hij leefde vanuit zijn geloof. Later heeft hij zich juist ingespannen om de rechten van vrouwen en van lhbtiq+’ers te bevorderen binnen zijn kerk.

Mpho Tutu van Furth (spreker) op het podium tijdens de keynote speeches.
Beeld: ©Bureau NCDR

Toen Tutu zelf op latere leeftijd trouwde met haar Nederlandse vrouw, heeft ze de steun ervaren van haar familie en de wetgeving in Zuid-Afrika. De Anglicaanse kerk was echter nog niet zover. Net als haar vader is ze van mening dat huidskleur, gender, geaardheid, afkomst of geloof niet zouden mogen bepalen op welke gebieden in het leven iemand zich mag ontwikkelen. Maar het is nog steeds zo dat de meeste godsdiensten kritisch en negatief staan ten opzichte van de lhbtiq+-community. Tutu zet zich vanuit haar ‘All Saints’-kerk in Amsterdam in voor een meer inclusieve spiritualiteit. In Nederland heeft ze overigens wel ervaren hoe weinig Nederlanders weten over hun eigen geschiedenis in Zuid-Afrika. Ze benadrukt dat mensen samen moeten vechten tegen racisme en discriminatie.

Dagmar Oudshoorn

De laatste toespraak is van Dagmar Oudshoorn (directeur Amnesty International, afdeling Nederland). Zij geeft aan dat ze wat wil delen van haar eigen ervaringen als persoon van kleur, vrouw en deel uitmakend van de lhbtiq+-community. Zo merkte ze al dertig jaar geleden dat haar wél om haar identiteitsbewijs werd gevraagd tijdens het reizen van en naar Antwerpen en haar witte studiegenoten niet. Vertegenwoordigers van haar overheid maakten hierbij onderscheid op basis van huidskleur, ze discrimineerden. Ze wijst op artikel 1 van de grondwet, die haaks lijkt te staan op de praktijk. En waar premier Balkenende destijds onder verwijzing naar het verleden (VOC, Gouden Eeuw) het belang van fatsoen onder de aandacht bracht, is zij van mening dat die VOC en Gouden Eeuw niets met fatsoenlijk handelen te maken hadden.

Speech Dagmar Oudshoorn (Amnesty International Nederland)
Beeld: ©Bureau NCDR

Oudshoorn noemt Avishai Margalit, filosoof, die in zijn boek ‘The Decent Society’ de vraag naar een rechtvaardige samenleving bespreekt. Om mensen rechtvaardig te behandelen is het nodig dat zij met respect bejegend worden. Een rechtvaardige behandeling moet bestaan uit veel onderdelen en dit kan niet met een enkele actie, maar er is slechts één vernederende behandeling nodig om het gevoel van rechtvaardigheid onderuit te halen. Etnisch profileren is daarvan een goed voorbeeld. Oudshoorn roept de overheid op om niet alleen artikel 1 van de grondwet te respecteren, maar ook toe te passen. Mensenrechten maken een onlosmakelijk deel uit van de democratische rechtsstaat. En die mensenrechten zijn het fundament van een rechtvaardige samenleving.

Bankgesprek

Sheila Sitalsing gaat vervolgens met Dagmar Oudshoorn, Mpho Tutu en Anousha Nzume (acteur, auteur, adviseur diversiteit en inclusiviteit) in gesprek. Nzume woont op dit moment in de Verenigde Staten en geeft aan dat in het zuiden van de Verenigde Staten nog altijd veel racisme voorkomt, maar dat het in Nederland overal voorkomt. Oudshoorn onderschrijft deze opvatting en signaleert, net als burgemeester Marcouch eerder, dat waar dertig jaar geleden sprake was van een cordon sanitair rond Hans Janmaat, discriminerende uitlatingen nu alle ruimte krijgen en dat er amper kritiek op wordt geleverd. Tutu wijst erop dat Nederland zich als heel vooruitstrevend ziet, maar dat met het hebben van gelijke rechten nog geen problemen zijn opgelost. Wat als je recht hebt op gelijke behandeling bij een sollicitatie, maar je af wordt gewezen omdat de organisatie nog niet aan toe is aan meer diversiteit? De sollicitant staat dan met lege handen.

Panelgesprek met Dagmar, Mpho en Anousha Nzume
Beeld: ©Bureau NCDR

Anousha Nzume wijst op het boek ‘Witte onschuld’ en voert aan dat Nederland een goede naam heeft op het gebied van gelijkberechtiging, maar dat ‘homo’ nog steeds een veel voorkomend scheldwoord is. Uit de toeslagenaffaire is gebleken dat etnisch profileren een groot probleem is, en dat institutioneel racisme wijdverspreid is. Ook wijst Nzume op het schoolsysteem waarin witte kinderen bevoordeeld worden ten opzichte van kinderen van kleur of met een andere achtergrond. Dit verschil in benadering loopt door tot aan het hoger onderwijs.

Lunch en deelsessies

Voordat iedereen de zaal uitgaat voor de lunch legt Sheila uit dat het middagprogramma begint met de verschillende deelsessies. Hierin wordt meer de diepte in gegaan op verschillende onderwerpen. Maar voordat de lunchpauze begint is er nog een optreden van Shirma Rouse, die na een (muzikale) inleiding met Dri3man het nummer Rise Up uitvoert. 

Shirma Rouse  en Dri3man
Beeld: ©Bureau NCDR

Na de lunch begint een brassband te spelen, die alle aanwezigen meeneemt naar de zalen waar de deeelsessies plaatsvinden. Verslagen van de deelsessies zullen hier nog worden toegevoegd. 

Onderzoeksrapporten

Na een koffiepauze na de deelsessies gaat het plenaire programma verder. De aanwezigen worden warm onthaald met nog een optreden van Shirma Rouse, die het nummer The Wind beneath my Wings zingt. Zodra de zaal is bijgekomen nodigt Sheila Sitalsing de NCDR Rabin Baldewsingh en Arne van Hout (directeur-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat (DGOBDR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) uit op het podium. 

Rabin en Arne van Hout
Beeld: ©Bureau NCDR

Rabin Baldewsingh reikt vervolgens twee onderzoeksrapporten uit aan Arne van Hout. Het zijn de rapporten ‘Verkennend onderzoek woonwagenstandplaatsen Roma en Sinti’ en ‘Rapport reageren als omstander bij racisme’. Arne van Hout neemt de rapporten met dank in ontvangst. Bij het overdragen legt de NCDR uit waarom het belangrijk is dat de uitkomsten uit de rapporten worden meegenomen in het maken van beleid, en dat hij de DG hier aan zal houden. Arne van Hout spreekt zijn waardering uit voor het bestaan van de NCDR en voor Rabin Baldewsingh persoonlijk. Hij gaat in op het probleem rond het tekort aan woonwagenstandplaatsen: dat is iets waar veel gemeenten echt mee worstelen. Het rapport kan een aanmoediging zijn om weer een stap in de goede richting te zetten.

Met betrekking tot het rapport over omstanders bij racisme merkt Arne van Hout op dat de overheid de grootste werkgever in het land is. En dat ook hij als leidinggevende werk maakt van diversiteit en inclusie op de werkvloer. Hij signaleert echter ook dat waar diversiteit toeneemt, het gevoel van inclusie afneemt, in het begin. Dat is moeilijk en het kost tijd. Mensen moeten daarop voorbereid zijn. Als een organisatie eenmaal door het lastige begin heen is, wordt het steeds beter. En daarnaast is het ook belangrijk om te handhaven: ook al vinden mensen diversiteit lastig, discriminatie en racisme mogen geen plek hebben op de werkvloer.

Prinses Laurentien van Oranje

Prinses Laurentien van Oranje
Beeld: ©Bureau NCDR

Na het officiële moment met de onderzoeksrapporten gaat speciale gast Prinses Laurentien van Oranje met Sheila Sitalsing in gesprek. Prinses Laurentien geeft aan dat zij geen groepen om zich heen verzamelt, maar dat ze openstaat voor individuen. Door echt te luisteren naar wat iemand vertelt en diens verhaal goed tot zich te laten doordringen, is het gevoel van schaamte over de toeslagenaffaire bij haar versterkt. Ze trekt een vergelijking met ongeletterdheid, waarvoor ze zich ook al decennia inzet. Prinses Laurentien weet zelf niet hoe het is om op latere leeftijd niet te kunnen lezen of schrijven. De ervaringen van die ongeletterde mensen worden echter over het algemeen zonder meer geaccepteerd en geloofd. Het belangrijke uitgangspunt voor het nemen van beslissingen rond de toeslagenaffaire is naar haar mening: naar wie leggen we ons oor te luisteren? Is dat naar voorstanders van geld- en rendementsdenken of kijken we echt naar de mensen die hier het slachtoffer zijn en laten we vooringenomenheid achterwege?

De zaal tijdens de plenaire sessie van het Nationaal Congres tegen Discriminatie en Racisme 2024.
Beeld: ©Bureau NCDR

In de Tweede Kamer zijn heel nare dingen over de slachtoffers van de toeslagenaffaire gezegd - ze werden omschreven als ‘parasieten’ - en dat is naar haar mening het grootste euvel. Hoe kijk je naar mensen? Het is belangrijk om het leed en het onzichtbare verdriet te erkennen. Prinses Laurentien hoopt dat alle medewerkers van de overheid zullen helpen om hier het tij te keren, en dat zij mee zullen helpen aan herstel. Het is ons land, we waren erbij, we moeten helpen. Prinses Laurentien vindt dat het niet alleen een kwestie is van rapporten schrijven, maar dat het vooral ook een kwestie is van doen.

Paneldebat

Als laatste echt inhoudelijke onderdeel van het programma is er een slotdebat met een panel van 6 sprekers. Dit zijn Judi Mesman (hoogleraar intergenerationele rechtvaardigheid), Nourdin el Ouali (pedagoog en community builder, directeur/bestuurder van SPIOR), Marco Pastors (directeur Nationaal Programma Rotterdam Zuid), Hamit Karakus (voormalig lid Eerste Kamer, nu politiechef Noord-Holland), Arne van Hout, en Anousha Nzume. Met Sheila Sitalsing gaan zij in gesprek over de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.

Judi Mesman antwoordt dat zij merkt dat het lastig is voor opvoeders om racisme bespreekbaar te maken en dan er soms maar niks over zeggen. Maar dat is geen goede oplossing, ook uit onderzoek is gebleken dat stilte hieromtrent leidt tot meer racisme. Anousha Nzume ziet dat er weinig aandacht is voor het kolonialisme in het onderwijs. Hamit Karakus is van mening dat de positie van de ouders niet leidend zou moeten zijn voor de kansen van de kinderen om mee te doen op school, of bij sport. Dat de overheid hierin zou moeten bewegen en het niet aan de ouders over zou moeten laten. Dan voorkomt de overheid dat kinderen/jongeren het idee hebben dat ze niet mee kunnen doen, dat ze buitengesloten worden. Want een gevoel van uitsluiting kan tot gevolg hebben dat jongeren gedrag gaat vertonen waarvan ze vermoeden dat ze verdacht worden. Nourdin el Ouali gaat in op beeldvorming rond moslims. Als hij bij talkshows werd gevraagd, was dat steevast om zijn mening te geven over terreuraanslagen of criminaliteit. Beeldvorming en stereotypering gaan zo hand in hand. Hamit Karakus wijst op het verschijnsel dat veel mensen met vergelijkbare cv’s geen gelijke toegang hebben tot stages of de arbeidsmarkt.

Op het podium vindt het slotdebat plaats met verschillende sprekers.
Beeld: ©Bureau NCDR

Marco Pastors is van mening dat het niet verstandig is om langdurig ervaringen en meningen uit te wisselen over discriminatie en racisme, maar dat het belangrijker is om jonge mensen uitzicht te bieden op werk. Zo heeft hij een initiatief gestart in Rotterdam waar jonge mensen opleidingen volgen met een baangarantie. Ook al hebben mensen met een buitenlandse achternaam het moeilijker bij het solliciteren, toch moeten ze naar zijn mening doorzetten zodat zij naar zijn verwachting ook een baan vinden en mee kunnen doen in de samenleving. Arne van Hout is van mening dat het voeren van zogenaamde ‘klikgesprekken’ ertoe leidt dat leidinggevenden gelijkgestemden aannemen. De diversiteit neemt dan af.

Hamit Karakus is van mening dat wij als samenleving diversiteit nog niet echt geaccepteerd hebben. Judi Mesman noemt diversiteit een verrijking van de samenleving en zou graag zien dat iedereen deze mening onderschrijft. Marco Pastors vindt deze vraag echter niet verbindend en wil zich louter richten op oplossingen om mensen in de samenleving mee te laten doen, vooral wat betreft werk. Nourdin el Ouali is van mening dat het goed is om ons als burgers beter te organiseren, en om solidair met elkaar te zijn. Hij roept moslims dan ook op om op Keti Koti (1 juli) vrij te nemen om het feest mee te vieren. Hij voegt toe dat het niet prettig is als je buurman je naroept, maar dat een overheid die onderscheid maakt veel enger is. Het helpt als we uit solidariteit tegen institutioneel racisme optrekken. Want alledaags racisme is vreselijk, maar overheden moeten eerlijk beleid voeren.

Afsluiting

Na het slotdebat is het nog een keer tijd voor entertainment. Twee leden van het improvisatiegezelschap Op Sterk Water vermaken de aanwezigen met liedjes en sketches die zij baseren op input uit het publiek. Tot slot komt Rabin Baldewsingh nog een keer het podium op om de dag af te sluiten. Hij concludeert dat kleine stappen nodig zijn om de grote problemen racisme en discriminatie te bestrijden. Het is een zaak van lange adem die veel tijd zal vragen. En dat het zeker in het huidige tijdsgewricht nodig is om ook ruimte te geven aan tegengestelde meningen rond diversiteit en inclusie, ook al is dat erg pijnlijk.

Rabin Baldewsingh sluit af met de observatie dat de aanwezigen vandaag naar verbinding hebben gezocht. Dat in vriendschap verbinding zit, en dat vriendschap in alle geloven een belangrijke plaats heeft.