Het akkoord van het nieuwe kabinet bevat positief nieuws voor de aanpak van discriminatie en racisme. In een volle alinea besteedt het nieuwe kabinet daar aandacht aan. Zo is het voornemens om de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme te verankeren in de wet. Dit betekent een enorme versterking van het werk van de NCDR.

Rabin Baldewsingh, Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme:

Ik ben hier ongelooflijk blij mee. Dit is waar ik al jaren voor pleit. Een goede aanpak van discriminatie en racisme moet niet afhankelijk zijn van de politieke kleur van het moment. Hiermee geef je de aanpak van discriminatie en racisme een stevige plek in het Nederlands rechtssysteem. Er wordt niet meer weggekeken. Dit stemt mij na jaren weer echt hoopvol.

Het coalitieakkoord heeft echt intersectioneel gekeken naar de maatschappelijke impact van discriminatie en racisme. Dat zie je terug in de aandacht voor bewustwording over het koloniaal verleden, maar ook inclusieve zorg en inclusief onderwijs. Ook wordt duidelijk genoemd dat etnisch profileren wordt aangepakt. Dat is al een aantal jaren een van de versterkingen in het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme. Ook het feit dat de aanpak van discriminatie in het betaald voetbal expliciet wordt genoemd, is een stevig signaal. Het is de NCDR al jaren een doorn in het oog dat anti-semitische, racistische en homofobe spreekkoren niet worden aangepakt.

Het nieuwe kabinet laat wat mij betreft direct zien waar zij voor staat: een Nederland voor iedereen. Prachtig. Dit is wat we nu nodig hebben. Dit zorgt weer voor beweging na twee jaar stilstand. Dit geeft de mogelijkheid om plannen voor de lange termijn te maken. Het bestrijden van discriminatie en racisme vraagt een lange adem. Dit is echt fantastisch!

Het afgelopen jaar werd het mandaat van de NCDR stevig ingeperkt. De coördinerende functie voor het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme werd eruit gehaald en geminimaliseerd tot een adviserende rol. Het kabinet Schoof meende dat regeringscommissarissen op die manier beter hun functie konden uitoefenen. De NCDR hoopt dan ook dat met de verankering nogmaals naar dit besluit gekeken kan worden: “Je kunt als onafhankelijk regeringscommissaris niet gereduceerd worden tot het uitbrengen van een enkel advies. Wil je je rol stevig kunnen vervullen – en dat is nodig op deze onderwerpen – moet je onafhankelijkheid en ruimte hebben om de samenleving en instituties scherp te houden.”