Op 3 maart 2026 publiceerde de European Commission against Racism and Intolerance (ECRI) haar zesde rapport over Nederland. Als onafhankelijk orgaan van de Raad van Europa monitort ECRI de aanpak van discriminatie en racisme in de lidstaten en doet aanbevelingen voor verbetering. Dit rapport biedt een actueel overzicht van de voortgang en uitdagingen in de bestrijding van discriminatie, racisme en intolerantie in Nederland. Wat zijn de belangrijkste bevindingen, goede praktijken en zorgpunten voor Nederland?

Goede praktijken: Waar Nederland vooruitgang boekt

  1. Wetgeving en beleid voor gelijke behandeling
    ECRI prijst Nederland voor de voortdurende inspanningen om wetgeving en beleid te versterken op het gebied van gelijke behandeling. Zo is er aandacht voor de uitvoering van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb), die discriminatie op grond van onder meer ras, geslacht, religie, leeftijd en seksuele oriëntatie verbiedt. Daarnaast wordt de rol van het College voor de Rechten van de Mens (CRM) als toezichthouder en adviseur positief benadrukt. Het CRM speelt een belangrijke rol in het bevorderen van bewustwording en het behandelen van klachten over discriminatie.
  2. Bescherming van LHBTI+-rechten
    Nederland wordt internationaal vaak gezien als koploper op het gebied van LHBTI+-rechten. ECRI erkent de inspanningen van de overheid om discriminatie op basis van seksuele gerichtheid en genderidentiteit tegen te gaan, zoals de wettelijke erkenning van genderdiversiteit en de bescherming van transgenders tegen discriminatie. Ook de aandacht voor LHBTI+-thema’s in het onderwijs en op de werkvloer wordt als positief gezien.

  3. Aandacht voor intersekse rechten
    Een opvallende goede praktijk is de aandacht voor de rechten van intersekse personen. In november 2024 nam de Tweede Kamer een motie aan die oproept tot een wettelijk verbod op onnodige medische behandelingen bij intersekse kinderen zonder hun weloverwogen toestemming. De regering heeft toegezegd om wetenschappelijk onderzoek te laten uitvoeren om dit verder in beleid om te zetten. ECRI ziet dit als een belangrijke stap in de bescherming van de lichamelijke autonomie en rechten van intersekse personen.

  4. Bestrijding van haatmisdrijven en haatspraak
    Nederland heeft stappen gezet in de bestrijding van haatmisdrijven en haatspraak, onder meer door het versterken van de registratie en vervolging van dergelijke incidenten. ECRI waardeert de inspanningen om slachtoffers beter te ondersteunen en om politie en justitie te trainen in het herkennen en aanpakken van haatmisdrijven. Ook de samenwerking met maatschappelijke organisaties en antidiscriminatiebureaus wordt als positief ervaren.

Beeld: © Bureau NCDR / Charles Poorter

Zorgpunten: Waar ECRI verbetering ziet

  1. Structurele discriminatie en institutioneel racisme
    Ondanks de goede intenties en wetgeving, signaleert ECRI dat structurele discriminatie en institutioneel racisme in Nederland nog steeds een hardnekkig probleem zijn. Met name in sectoren als onderwijs, arbeidsmarkt en huisvesting ervaren mensen discriminatie op grond van afkomst, etniciteit, religie of seksuele gerichtheid. ECRI roept op tot meer gerichte maatregelen om deze structurele problemen aan te pakken, zoals het verplicht stellen van diversiteitsbeleid bij bedrijven en instellingen, en het versterken van toezicht en handhaving.

  2. Discriminatie op de arbeidsmarkt
    Op de arbeidsmarkt blijven er grote uitdagingen, met name wat betreft gelijke kansen en behandeling. ECRI wijst op de voortdurende loonkloof tussen mannen en vrouwen, en op discriminatie bij werving en selectie. Ook de positie van mensen met een beperking en oudere werknemers vraagt om extra aandacht. ECRI beveelt aan om actiever te werken aan inclusief werkgeverschap en om discriminatie op de werkvloer beter te monitoren en aan te pakken.

  3. Onderwijs en segregatie
    In het onderwijs signaleert ECRI zorgen over segregatie en ongelijkheid. Scholen met een hoog aandeel leerlingen uit achterstandsgroepen kampen vaak met minder middelen en lagere onderwijskwaliteit. Daarnaast is er sprake van discriminatie en pesten op basis van afkomst, religie of seksuele oriëntatie. ECRI dringt aan op maatregelen om segregatie tegen te gaan, zoals een eerlijkere verdeling van middelen en meer aandacht voor diversiteit en inclusie in het curriculum.

  4. Huisvesting en woonsegregatie
    Ook op de woningmarkt zijn er signalen van discriminatie en segregatie. ECRI wijst op de moeilijkheden die bepaalde groepen ervaren bij het vinden van geschikte huisvesting, en op de concentratie van achterstandsgroepen in bepaalde wijken. Dit kan leiden tot sociale uitsluiting en versterking van vooroordelen. ECRI adviseert om discriminatie op de woningmarkt actiever te bestrijden en te werken aan gemengde, inclusieve wijken.

  5. Toegang tot gezondheidszorg
    ECRI uit zorg over ongelijkheid in de toegang tot gezondheidszorg. Met name mensen met een beperking, ouderen en bepaalde religieuze groepen ervaren soms barrières bij het verkrijgen van passende zorg. ECRI roept op tot meer aandacht voor cultuursensitieve zorg en het wegnemen van praktische en financiële drempels.

  6. Handhaving en registratie van discriminatie
    Hoewel er stappen zijn gezet in de registratie en vervolging van discriminatie en haatmisdrijven, vindt ECRI dat er nog steeds te veel incidenten onopgemerkt blijven of niet adequaat worden opgepakt. ECRI beveelt aan om de registratie van discriminatie-incidenten te verbeteren, slachtoffers beter te ondersteunen en de samenwerking tussen politie, justitie en maatschappelijke organisaties te versterken.

Beeld: © Bureau NCDR / Henriëtte Guest

Aanbevelingen van ECRI voor de toekomst

ECRI doet een aantal concrete aanbevelingen om de bestrijding van discriminatie en racisme in Nederland verder te verbeteren:

  • Versterk de wetgeving en handhaving: Zorg voor betere implementatie en handhaving van bestaande antidiscriminatiewetgeving, en overweeg nieuwe maatregelen om structurele discriminatie aan te pakken.
  • Investeer in preventie en educatie: Versterk voorlichting en training op scholen, de werkvloer en in de samenleving om bewustwording en acceptatie te bevorderen.
  • Verbeter data en monitoring: Zorg voor betere registratie en analyse van discriminatie-incidenten, zodat beleid gerichter kan worden ingezet.
  • Betrek maatschappelijke organisaties: Werk nauw samen met antidiscriminatiebureaus, belangenorganisaties en andere maatschappelijke partners om discriminatie effectief aan te pakken.
  • Zorg voor inclusief beleid: Ontwikkel en voer beleid uit dat rekening houdt met de behoeften en rechten van alle groepen in de samenleving, met name op het gebied van onderwijs, arbeid, huisvesting en gezondheidszorg.

Conclusie

Het zesde rapport van ECRI over Nederland laat zien dat ons land op veel gebieden vooruitgang boekt in de bestrijding van discriminatie en racisme, maar dat er nog steeds belangrijke uitdagingen zijn. De goede praktijken, zoals de bescherming van LHBTI+-rechten en de aandacht voor intersekse personen, bieden hoop en inspiratie. Tegelijkertijd vragen structurele discriminatie, ongelijkheid op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, en de aanpak van haatmisdrijven om blijvende aandacht en actie.

De NCDR is blij met de aanbevelingen van ECRI en ziet ze als leidraad voor de komende periode. Veel van de aanbevelingen komen terug in de adviezen die de NCDR uitbrengt. Als we werk maken van de uitvoering daarvan, kan Nederland de komende jaren verdere stappen zetten naar een inclusievere en rechtvaardigere samenleving.

Bron: ECRI Sixth Report on the Netherlands