In de vorige nieuwsbrief deed de NCDR een oproep aan de Minister van Binnenlandse Zaken: verduidelijk de verantwoordelijkheid van gemeenten door het voeren van anti-discriminatiebeleid wettelijk te verankeren.

Deze oproep komt niet uit de lucht vallen: de NCDR pleit hier al jaren voor, maar in het bijzonder in het kader van de stelselherziening van de anti-discriminatievoorziening (Wet bijstand bij discriminatie). Het wezenlijke principe achter deze stelselherziening was om een stevige lokale aanpak tegen discriminatie en racisme te garanderen, waarbij sprake was van mandaat, samenhang én kwaliteit. Zowel de anti-discriminatievoorzieningen als gemeenten zouden worden geëquipeerd om hun verantwoordelijkheid te nemen en dragen.

Onze belangrijkste boodschap in deze stelselherziening lag in het mobiliseren van gemeenten door de verankering van lokaal anti-discriminatiebeleid. En het ondersteunen van gemeenten via structurele middelen, kennis en capaciteit. Zonder wettelijke verankering en zonder bijbehorende middelen blijft de lokale aanpak afhankelijk van vrijblijvendheid, prioritering en beschikbare capaciteit, met grote verschillen tussen gemeenten tot gevolg. Dat zien we nu al en legde we eerder al eens uit aan de hand van de Monitor lokaal antidiscriminatiebeleid, uitgevoerd door Movisie.

De wettelijke verankering voor lokaal anti-discriminatiebeleid is geschrapt uit het wetsvoorstel, en dat doet af aan het doel van de stelselherziening. Als wij discriminatie en racisme serieus willen bestrijden, moet die verantwoordelijkheid wettelijk worden belegd bij de overheid die het dichtst bij de inwoners staat: de gemeente.

Naast de Minister richten we ons daarom ook graag tot ons netwerk: reageer op de internetconsultatie met een de oproep tot de toevoeging van een wettelijke taak voor gemeenten om lokaal antidiscriminatiebeleid te voeren. Zodat artikel 1 van de Grondwet in elke gemeente even voelbaar is. Reageren op de internetconsultatie is mogelijk t/m 1 mei 2026.