Er zijn momenten waarop beleid schuurt, en er zijn momenten waarop het schuurt tot op het bot. De onthouding op 25 maart jl. van Nederland bij de stemming in de Verenigde Naties over het voorstel van Ghana om slavernij expliciet als de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid te kwalificeren, behoort zonder twijfel tot die laatste categorie. Want wat blijft er over van excuses, als je op het beslissende moment je stem niet laat horen?
Nog geen drie jaar geleden, op 19 december 2022, sprak toenmalige premier Mark Rutte namens de Nederlandse staat historische woorden. De erkenning van het slavernijverleden, de expliciete excuses; het was een kantelpunt. Kort daarna volgde een nog zwaarder symbolisch moment toen Koning Willem-Alexander op 1 juli 2023 in het Oosterpark in Amsterdam om vergiffenis vroeg. Nederland positioneerde zich als gidsland: een natie die niet alleen haar verleden onder ogen zag, maar ook moreel leiderschap durfde te tonen. Andere landen keken mee. Soms met scepsis, vaak met bewondering. Nederland leek voorop te lopen in de erkenning van historisch onrecht én de doorwerking daarvan in het heden. En dan nu dit. Onthouding. Geen tegenstem, dat zou nog een debat afdwingen. Geen voorstem, dat zou consistent zijn geweest. Maar onthouding. Wat mij betreft het politieke equivalent van wegkijken. Hoe valt dit te verklaren?
Is dit een juridisch-technische afweging geweest? Heeft Nederland zich verscholen achter diplomatieke nuances, definities en precedenten? Dat zou niet de eerste keer zijn. In internationale fora wordt morele helderheid maar al te vaak ingeruild voor procedurele voorzichtigheid. Maar juist Nederland had laten zien dat het anders kon. Dat morele moed zwaarder kan wegen dan juridische haarkloverij. Of speelt er iets anders? Was er angst voor juridische consequenties? Voor claims, aansprakelijkheid, of internationale druk die voortvloeit uit een explicietere kwalificatie van slavernij? Dat is een ongemakkelijke gedachte, maar wel een die zich opdringt. Want als excuses geen gevolgen mogen hebben, wat zijn ze dan nog waard?
Wat eveneens opvalt, is de stilte in de Tweede Kamer. Is de volksvertegenwoordiging überhaupt betrokken geweest bij deze ogenschijnlijk principiële koerswijziging? Of is dit besluit in de luwte genomen, ergens tussen ambtelijke nota’s en diplomatieke afstemming? Nog fundamenteler: is er overleg geweest met de andere landen binnen het Koninkrijk? Met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten? En met de bijzondere Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius? Eilanden waar het slavernijverleden geen abstract historisch gegeven is, maar een doorleefde realiteit. Waar de gevolgen nog dagelijks voelbaar zijn. Het is moeilijk voorstelbaar dat juist deze delen van het Koninkrijk zich kunnen vinden in een Nederlandse onthouding. Of zijn ook zij niet geraadpleegd? Hun perspectief had zwaar moeten wegen in een beslissing als deze. Dat is problematisch, omdat dit geen technische kwestie is, maar een principiële.
Wat hier wringt, is niet alleen de beslissing zelf, maar de inconsistentie. Nederland heeft zichzelf de afgelopen jaren nadrukkelijk neergezet als een land dat verantwoordelijkheid neemt. Dat niet langer wegkijkt. Dat begrijpt dat erkenning van het verleden ook betekent dat je positie inneemt in het heden. En dan, op een moment dat het ertoe doet, kiest Nederland voor stilzwijgen. Is dit het gezicht van het huidige kabinet? Is dit de lijn van D66, een partij die een cruciale rol speelde in het tot stand komen van de excuses? Hoe valt deze draai te rijmen met de morele ambitie die toen zo nadrukkelijk werd uitgesproken? Of moeten we concluderen dat die ambitie altijd al voorwaardelijk was? Dat zij gold zolang het geen echte consequenties had? Dat zou een pijnlijke, maar noodzakelijke conclusie zijn. Want moreel leiderschap is geen kwestie van woorden, maar van daden. Van consistentie. Van bereidheid om ook op internationaal niveau kleur te bekennen. Juist daarom is deze onthouding zo schadelijk. Niet alleen voor de geloofwaardigheid van Nederland naar buiten toe, maar ook voor het vertrouwen van de gemeenschappen binnen het Koninkrijk die direct geraakt zijn door het slavernijverleden. Voor hen is dit geen diplomatiek detail, maar een signaal. Een signaal dat de grenzen van erkenning blijkbaar toch sneller bereikt zijn dan gedacht.
Nederland kan deze stap niet onverklaard laten. Er is behoefte aan transparantie, aan een open debat en aan een heroverweging van deze positie. Want als Nederland werkelijk gelooft in de woorden die het heeft uitgesproken, dan kan het zich geen neutraliteit veroorloven op een onderwerp dat zo fundamenteel is. De vraag is nu niet alleen wat Nederland heeft gedaan. De vraag is wat Nederland wil zijn. Een land van excuses of een land dat daar ook naar handelt? Ik zou zeggen, leg uit en heroverweeg. Want wie voorop wil lopen in erkenning, kan zich geen terugtrekkende beweging veroorloven op het moment dat het ertoe doet.