Het tekort aan woonwagenstandplaatsen is nijpend. Nog steeds moeten mensen die in een wagen willen wonen lang wachten, met een wachttijd die nog veel langer is dan voor mensen die een sociale huurwoning zoeken.
Aantal standplaatsen nauwelijks gestegen
Er komen wel woonwagenstandplaatsen bij, maar de toename is bijzonder klein. Dat staat in de ‘Herhaalmeting woonwagenstandplaatsen 2025’ (RIGO 2026), die in april 2026 in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werd gepubliceerd. Gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor het realiseren van standplaatsen, slagen er nog niet in om het aantal standplaatsen op afdoende schaal uit te breiden en de wachttijd te verkorten. In 2025 telde Nederland 1169 woonwagenlocaties. Dat is 27 meer dan tijdens de vorige meting in 2022. Op alle locaties waren in totaal 8.875 standplaatsen: er zijn in die periode 99 standplaatsen bijgekomen. Voor mensen die in een woonwagen wonen is de cultuur belangrijk. Velen wonen dichtbij familie, het liefst op dezelfde locatie. Dat is lang niet altijd mogelijk omdat veel locaties kleinschalig zijn. In gemeenten in de provincie Zuid-Holland staan de grootste locaties, daar zijn bijna 11 standplaatsen per locatie en lukt het bewoners dus iets vaker om in familieverband te leven. In de provincie Overijssel zijn de locaties kleiner en bieden plaats aan ruim 5 standplaatsen.
Gemeenten die aan de Herhaalmeting hebben meegewerkt, geven wel aan dat zij de ambitie hebben om het aantal standplaatsen uit te breiden. Er zijn plannen om in totaal 1430 nieuwe standplaatsen te willen realiseren. Uit de meting in 2022 bleek dat er ook een grote ambitie bestond, namelijk een uitbreiding in 2026 van ten minste 410 extra standplaatsen. Zoals genoemd lag het werkelijke aantal een stuk lager, op 99.
Beleid van gemeenten
Het is dan ook de vraag of de ambitie van 1430 nieuwe standplaatsen gehaald wordt. Sommige gemeenten hebben een behoeftenonderzoek uitgevoerd. Daaruit komt naar voren dat er een grote behoefte is aan uitbreiding. Tegelijk heeft minder dan de helft van de ondervraagde gemeenten een beleid voor woonwagens. In het beleid dat gemeenten voeren gaat het in ieder geval om toewijzingsregels en soms om samenwerkingsafspraken met regiogemeenten.
Klacht over discriminatie
Woonwagenbewoners geven daarnaast aan dat zij bij de toewijzing discriminatie meemaken: wie een standplaats wil kopen of wil huren, moet in sommige gemeenten aan een integriteitsonderzoek meewerken, een Bibob-toets. Daarin wordt de achtergrond, financiering en zakelijke partners van een aanvrager van een vergunning, subsidie of overheidsopdracht onderzocht. Woonwagenbewoners die dat moeten ondergaan stellen dat zo’n toets niet wordt uitgevoerd bij personen die een kavel kopen om een vaste woning op te bouwen. De Bibob-toets is ingewikkeld en voor sommigen kostbaar omdat zij een boekhouder moeten inzetten voor het verzamelen van de gegevens.
De NCDR vindt dat de uitbreiding van het aantal standplaatsen op zich positief is, maar dat het te langzaam gaat. In het rapport ‘Van uitsterf- naar uitstelbeleid’ (D. Teodorescu e.a. 2024) dat in opdracht van de NCDR is opgesteld wordt gepleit voor het daadwerkelijk uitbreiden van het aantal standplaatsen. Het kabinet heeft daar vanaf 1 juli 2026 een nieuwe wet voor beschikbaar, de Wet versterking regie volkshuisvesting. Met die wet in de hand moet het kabinet met gemeenten gaan praten om ze te overtuigen werk te maken van de uitbreiding. Daarnaast roept de NCDR gemeenten op om discriminatie te voorkomen en de wet Bibob niet in te zetten bij de verkoop en verhuur van standplaatsen.