Ruim twee eeuwen nadat Tula op Curaçao in opstand kwam tegen de slavernij, staat zijn strijd nog altijd symbool voor vrijheid, menselijke waardigheid en gelijkwaardigheid. Op 17 augustus jongsleden werd op Curaçao opnieuw Dia di Lucha pa Libertat gevierd, de Dag van de Vrijheidsstrijd. Een dag die terugvoert naar 1795, maar tegelijkertijd een actuele vraag stelt: wat betekent die strijd in een samenleving waarin het slavernij- en koloniale verleden nog altijd doorwerkt?
Op 17 augustus 1795 legde Tula samen met andere tot slaaf gemaakten het werk neer. Zij kwamen in verzet tegen een systeem waarin mensen tot bezit waren gemaakt en waarin hun vrijheid en menselijkheid werden ontkend. Hun eis was fundamenteel: zij wilden vrij zijn en als gelijkwaardige mensen worden behandeld. Het Nederlandse koloniale gezag sloeg de opstand met geweld neer. Tula werd gevangengenomen, gemarteld en gedood. Lange tijd werd hij door het koloniale bestuur neergezet als misdadiger. Op Curaçao en binnen de Curaçaose diaspora bleef echter een ander verhaal voortleven: dat van Tula als vrijheidsstrijder, als iemand die weigerde te aanvaarden dat de ene mens over de andere mocht beschikken. In 2023 rehabiliteerde de Nederlandse regering Tula officieel. Daarmee kreeg hij, bijna 228 jaar na zijn dood, formeel eerherstel. Die erkenning was belangrijk. Maar zij roept ook de vraag op wat het betekent om verantwoordelijkheid te nemen voor een verleden waarvan de gevolgen niet ophielden toen de slavernij werd afgeschaft.

Een verleden dat doorwerkt
De slavernij werd afgeschaft, maar daarmee verdwenen niet automatisch de ideeën en maatschappelijke verhoudingen waarmee het systeem eeuwenlang was gerechtvaardigd. Mensen werden ingedeeld naar huidskleur en afkomst. Aan die verschillen werden eigenschappen, status en waarde toegekend. Raciale hiërarchieën werden onderdeel van de inrichting en beeldvorming van de koloniale samenleving.
De gevolgen daarvan kunnen ook vandaag nog zichtbaar zijn. In stereotiepe beelden over Zwarte mensen bijvoorbeeld, in anti-Zwart racisme, in ongelijke kansen en in verschillen in maatschappelijke positie en representatie. Die doorwerking kan ook zichtbaar worden in wie sneller als verdacht wordt gezien, wie minder kansen krijgt of wiens ervaringen minder snel worden geloofd. Dat betekent niet dat iedere vorm van ongelijkheid in onze huidige samenleving rechtstreeks is terug te voeren op het slavernijverleden. Het betekent wel dat we bereid moeten zijn te onderzoeken waar historische patronen hebben bijgedragen aan hedendaagse ongelijkheid en uitsluiting. Juist daarom gaat Dia di Lucha pa Libertat niet alleen over wat er op 17 augustus 1795 gebeurde. De dag stelt ook vragen aan onze samenleving van vandaag. Wie krijgt dezelfde kansen en wie niet? Welke beelden over groepen mensen beschouwen we inmiddels als zo vanzelfsprekend dat we ze nauwelijks nog herkennen? En wat gebeurt er wanneer regels, procedures of werkwijzen in de praktijk voor verschillende groepen mensen verschillend uitpakken?
Van erkenning naar verandering
Het officiële eerherstel van Tula laat zien dat onze blik op de geschiedenis kan veranderen. Iemand die door de koloniale machthebbers als misdadiger werd beschouwd, erkennen we vandaag als een vrijheidsstrijder. Maar erkenning van historisch onrecht kan niet het eindpunt zijn. Zij krijgt betekenis wanneer we ook bereid zijn naar de gevolgen ervan te kijken en waar nodig verandering tot stand te brengen. Daar hoort ook het gesprek over herstel en reparatieve gerechtigheid bij. Verantwoordelijkheid nemen voor het verleden betekent niet dat geschiedenis ongedaan kan worden gemaakt. Het betekent wel dat we onderzoeken welke gevolgen van historisch onrecht nog bestaan, welke achterstanden en vormen van uitsluiting daarmee samenhangen en wat nodig is om tot meer gelijkwaardigheid te komen. Dat raakt aan concrete terreinen in onze samenleving: onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt, veiligheid, zorg, cultuur, representatie en de wijze waarop de overheid burgers benadert. Op al die terreinen moet de vraag worden gesteld of iedereen daadwerkelijk dezelfde kansen krijgt en gelijkwaardig wordt behandeld.
De opdracht van vandaag
Precies daar raakt de geschiedenis van Tula aan het werk van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Een effectieve aanpak van discriminatie en racisme vraagt dat we verder kijken dan afzonderlijke incidenten. We moeten ook kijken naar de structuren, instituties en denkbeelden die ongelijke behandeling mogelijk maken of in stand houden. Dat vraagt om het zichtbaar maken van discriminatie, om luisteren naar mensen die haar ervaren en om kritisch onderzoek naar beleid en uitvoering. Maar uiteindelijk vraagt het vooral om handelen: regels aanpassen wanneer die ongelijkheid veroorzaken, werkwijzen veranderen wanneer mensen daardoor structureel worden benadeeld en ruimte bieden aan mensen die onrecht benoemen en verandering verlangen.
De geschiedenis van Tula laat immers ook zien dat maatschappelijke verandering zelden vanzelf tot stand komt. Vrijheid en gelijkwaardigheid zijn verworvenheden waarvoor mensen zich hebben uitgesproken, georganiseerd en verzet hebben geboden tegen wat lange tijd als normaal of onveranderlijk werd beschouwd. Daarom blijft 17 augustus, ook 231 jaar na de opstand, van betekenis. Niet alleen voor Curaçao, maar voor het gehele Koninkrijk der Nederlanden. Het verhaal van Tula behoort tot onze gezamenlijke geschiedenis en stelt ons voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zolang afkomst of huidskleur mede bepaalt welke kansen iemand krijgt, hoe iemand wordt gezien of behandeld, blijft het streven naar werkelijke gelijkwaardigheid actueel. De strijd van toen leeft daarom voort in de verantwoordelijkheid van vandaag: het verleden erkennen, de doorwerking ervan doorbreken en bouwen aan een toekomst waarin vrijheid en gelijkwaardigheid werkelijk van iedereen zijn.