In het advies ‘Contractarbeid en historische gelijkwaardigheid’ pleit de NCDR voor historische gelijkwaardigheid van Chinese, Hindustaanse en Javaanse contractarbeid. Dit onderbelichte onderdeel van de Nederlandse koloniale geschiedenis moet meer aandacht krijgen en een vast onderdeel worden van het nationale collectieve geheugen.

Rabin Baldewsingh, Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme:

De geschiedenis van de contractarbeid van Chinese, Hindustaanse en Javaanse Surinamers behoort tot het Nederlandse koloniale verleden en verdient daarin een volwaardige plaats. Nederland kent inmiddels veel meer van zijn koloniale geschiedenis dan enkele decennia geleden. Maar zo lang dit ontbreekt is ons collectieve geheugen nog niet volledig.

Nationaal Coördinator Rabin Baldewsingh biedt het advies vandaag in Nieuwspoort aan de regering aan. De NCDR concludeert dat over de contractarbeid waardevolle historische kennis beschikbaar is, maar dat deze kennis bij het grote publiek nagenoeg onbekend is. Dit komt doordat deze geschiedenis nog weinig terugkomt in onder meer onderwijs, onderzoek, archieven, musea, erfgoed en de nationale herinneringscultuur.

Volgens de NCDR is daardoor sprake van historische ongelijkwaardigheid: wezenlijke onderdelen van de nationale geschiedenis zijn wel in meer of mindere mate onderzocht en gedocumenteerd, maar hebben niet in dezelfde mate een duurzame en herkenbare plaats gekregen binnen het collectieve geheugen.

Geen vergelijking met slavernij

De NCDR benadrukt dat historische gelijkwaardigheid niet betekent dat de geschiedenis van contractarbeid en die van slavernij aan elkaar gelijk worden gesteld. Beide kennen een eigen juridische en historische context en eigen maatschappelijke gevolgen. Het advies pleit juist voor een benadering waarin verschillen worden gerespecteerd, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat deze geschiedenissen onderdeel zijn van het bredere Nederlandse koloniale verleden.

Rabin Baldewsingh:

Historische gelijkwaardigheid betekent niet dat we verschillende geschiedenissen hetzelfde maken. Het betekent dat we bereid zijn iedere wezenlijke geschiedenis serieus te nemen, te onderzoeken, te bewaren en door te geven. Erkenning van de ene geschiedenis hoeft nooit ten koste te gaan van de andere.

De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet in de erkenning van het slavernijverleden. De excuses van de regering, het Herdenkingsjaar Slavernijverleden en de daaropvolgende initiatieven hebben geleid tot meer onderzoek, educatie, erfgoedontwikkeling en maatschappelijke aandacht. Volgens de NCDR biedt deze ontwikkeling aanleiding om ook breder te kijken naar de wijze waarop Nederland omgaat met zijn koloniale verleden.

Zes aanbevelingen aan het kabinet

De NCDR doet in het advies zes samenhangende aanbevelingen, geordend rond de pijlers Erkennen, Verankeren en Verbinden:

  1. Ontwikkel een integrale nationale visie op het Nederlandse koloniale verleden.
  2. Erken de geschiedenis én de maatschappelijke doorwerking van de contractarbeid.
  3. Richt een Nationaal Kennisinstituut Contractarbeid op en ontwikkel een duurzame nationale kennis- en erfgoedinfrastructuur.
  4. Veranker de geschiedenis van de contractarbeid duurzaam in het onderwijs.
  5. Vergroot de publieke zichtbaarheid van de geschiedenis van de contractarbeid.
  6. Borg historische gelijkwaardigheid duurzaam in het overheidsbeleid.

Met deze aanbevelingen pleit de NCDR niet voor een nieuw, afzonderlijk beleidsdossier voor contractarbeid. De inzet is juist om het bestaande beleid rond het Nederlandse koloniale verleden te verbreden en beter met elkaar te verbinden. Een belangrijk onderdeel daarvan is de voorgestelde nationale kennis- en erfgoedinfrastructuur. De beschikbare kennis over de drie geschiedenissen is niet gelijkmatig ontwikkeld. Naar de Hindustaanse contractarbeid is relatief veel onderzoek verricht, maar ook daar bestaan nog onderbelichte en verborgen geschiedenissen. Naar de Javaanse contractarbeid is minder onderzoek gedaan en over de Chinese contractarbeid is de beschikbare wetenschappelijke kennis nog beperkter. De NCDR wil daarom investeren in onderzoek, archieven, oral history, genealogie en internationale samenwerking.