De publieke omroep gaat ingrijpend veranderen. Er komen vier omroephuizen, het bestel wordt anders ingericht en taken worden opnieuw verdeeld. Daarover loopt momenteel een internetconsultatie. Hervormen mag. Maar hervormen betekent niet dat we onderweg mogen vergeten wat we in het verleden bewust hebben opgebouwd en geborgd. En precies daar maak ik mij grote zorgen over.
Wat gebeurt er straks met levensbeschouwelijke programmering? En waar krijgt Caribisch Nederland een herkenbare en structurele plek? Op beide vragen moet wat mij betreft een helder antwoord komen. Niet straks, wanneer de vier omroephuizen al zijn ingericht, maar nu. We hebben dit eerder meegemaakt. Tot 2016 hadden verschillende religieuze en levensbeschouwelijke stromingen een eigen plaats binnen het publieke bestel via de zogenoemde 2.42-omroepen. Toen deze constructie werd beëindigd, betekende dat nadrukkelijk niet dat levensbeschouwing uit de publieke omroep verdween. Integendeel: levensbeschouwing bleef onderdeel van de publieke taak en de NTR kreeg vervolgens een belangrijke verantwoordelijkheid voor programmering rond onder meer hindoeïsme en islam. Daar zijn destijds bewuste keuzes voor gemaakt. Die geschiedenis kunnen we bij de volgende reorganisatie niet ineens vergeten.
Daarom vind ik het niet acceptabel wanneer in het nieuwe bestel onduidelijk blijft waar deze verantwoordelijkheid terechtkomt. De nieuwe wet kan niet volstaan met een algemene opdracht aan de omroephuizen om aandacht te besteden aan perspectieven van gemarginaliseerde en aantoonbaar ondervertegenwoordigde gemeenschappen. Die opdracht staat inderdaad in het wetsvoorstel. Maar levensbeschouwing verdient een herkenbare en duurzame borging.
Hetzelfde geldt voor Caribisch Nederland. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn Nederland. Toch is onvoldoende duidelijk hoe de Caribische programmering en nieuwsvoorziening in het nieuwe bestel een structurele plek krijgen. Dat baart mij zorgen. De NTR heeft nu bijvoorbeeld met Caribisch Netwerk een herkenbare voorziening binnen haar aanbod. Bij een ingrijpende stelselwijziging moet vooraf duidelijk zijn hoe dergelijke kennis, journalistieke infrastructuur en aandacht voor de eilanden behouden blijven. We zouden het vreemd vinden wanneer bij de hervorming van het mediabestel ineens onduidelijk zou worden of Groningen, Limburg, Zeeland of Friesland nog een regionale publieke nieuwsvoorziening krijgen. Waarom zouden we die onzekerheid voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba dan wel accepteren? Dat is niet uit te leggen. Caribisch Nederland mag niet het sluitstuk zijn van een discussie die vooral vanuit Hilversum en Europees Nederland wordt gevoerd. En levensbeschouwelijke gemeenschappen mogen evenmin afhankelijk worden van de vraag of een van de nieuwe omroephuizen toevallig voldoende belangstelling voor hen heeft.
Hier ligt wat mij betreft ook een verantwoordelijkheid voor de NTR. Het heeft jarenlang kennis, expertise en relaties opgebouwd. Dan mag van haar worden verwacht dat zij zich er krachtig voor inzet dat deze publieke verantwoordelijkheden bij de overgang naar het nieuwe bestel niet tussen wal en schip raken. Maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de politiek. De minister moet ervoor zorgen dat in het nieuwe bestel ondubbelzinnig wordt geborgd dat levensbeschouwelijke programmering én Caribisch Nederland een herkenbare, structurele en volwaardige plaats krijgen.
Afspraken en verantwoordelijkheden uit het verleden verdwijnen niet omdat we een nieuw organogram tekenen. Sterker nog: juist bij een grote stelselwijziging moet de overheid extra alert zijn op wat kwetsbaar kan worden. Want we weten hoe dit werkt. Wat niet expliciet wordt geborgd, wordt afhankelijk van keuzes. Wat afhankelijk wordt van keuzes, wordt kwetsbaar bij bezuinigingen. En wat vervolgens verdwijnt, komt maar moeilijk terug. Dan zijn het uiteindelijk opnieuw de kleinere en minder zichtbare gemeenschappen die de rekening betalen. Dat kunnen we niet laten gebeuren. Een gelijkwaardige samenleving betekent dat mensen zichzelf en hun werkelijkheid kunnen herkennen in onze publieke instituties. De publieke omroep is zo'n institutie. Misschien wel een van de belangrijkste.
Daarom moet het nieuwe bestel niet alleen efficiënt en toekomstbestendig zijn. Het moet ook laten zien wie wij als Nederland zijn: Europees én Caribisch, religieus én niet-religieus, met verschillende geschiedenissen, overtuigingen en perspectieven. Daar hoort iedereen bij. Dus, regel het nu. Leg het vast. En zorg ervoor dat levensbeschouwing en Caribisch Nederland ook in het nieuwe publieke omroepbestel een gegarandeerde plek hebben. Want een publieke omroep waarin delen van onze samenleving uit beeld verdwijnen, is uiteindelijk minder publiek.
Rabin Baldewsingh,
Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR)