Op 15 oktober bestaat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme precies vijf jaar. Vijf jaar waarin veel is opgebouwd, bereikt en geleerd. Maar ook vijf jaar waarin duidelijk is geworden hoe hardnekkig discriminatie en racisme zijn en hoe afhankelijk de aanpak nog kan zijn van politieke en maatschappelijke omstandigheden. Het jubileum is daarom niet alleen een moment om terug te kijken. Het is vooral een moment om vooruit te kijken.
Op 15 oktober 2021 begon de NCDR aan een bijzondere opdracht: namens het kabinet de aanpak van discriminatie en racisme versterken en ervoor zorgen dat signalen uit de samenleving daadwerkelijk doordringen tot beleid en bestuur. Dat was pionieren. Er lag geen blauwdruk. Wel was er een duidelijke opdracht en een even duidelijke overtuiging: in Nederland moet iedereen gelijkwaardig kunnen meedoen. Artikel 1 van onze Grondwet werd daarbij ons kompas. Vanaf het begin hebben we onze opdracht vanuit drie rollen ingevuld: verbinder, aanjager en waakhond.
Als verbinder hebben we mensen en werelden bij elkaar gebracht die elkaar niet altijd vanzelfsprekend ontmoeten. Gemeenschappen, maatschappelijke organisaties, wetenschappers, bedrijven, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, ministeries en politiek. We organiseerden townhalls, conferenties, expertmeetings, rondetafelgesprekken en Nationaal Congressen door het hele land, gingen naar mensen toe en luisterden naar ervaringen die te vaak buiten de beleidskamers bleven. Als aanjager hebben we onderwerpen op de agenda gezet, coalities gevormd en overheden en organisaties aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Niet alleen praten over gelijkwaardigheid, maar vragen wat er concreet gebeurt. En als waakhond hebben we benoemd waar het schuurt en waar beleid, uitvoering of politiek tekortschieten. Ook wanneer die boodschap ongemakkelijk was. Want een onafhankelijke regeringscommissaris moet niet alleen spreken wanneer dat goed uitkomt.
Van losse maatregelen naar samenhang
Een belangrijke opdracht in de eerste jaren was het ontwikkelen van het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme. Voor het eerst werd geprobeerd de aanpak over departementale grenzen heen samen te brengen. In 2022 en 2023 verschenen Nationale Programma's en werd gewerkt aan een meerjarige aanpak. Daarmee werd discriminatiebestrijding nadrukkelijker een gezamenlijke opgave van de rijksoverheid in plaats van een verzameling afzonderlijke maatregelen. Ook in 2025 hebben we een Nationaal Programma gemaakt, maar door uitdagingen in het vorige kabinet heeft dat programma het licht niet gezien.
Het afgelopen vijf jaar waren dus niet alleen jaren van vooruitgang. Het politieke en maatschappelijke discours rond discriminatie, racisme, migratie, religie en diversiteit werd harder. De aanpak van discriminatie bleek niet immuun voor politieke veranderingen. In 2025 besloot het toenmalige kabinet dat de NCDR vanaf 2026 niet langer zelf het Nationaal Programma zou opstellen. Daarmee veranderde onze positie fundamenteel. Onze primaire taak verschoof naar adviseren, signaleren, verbinden en aanjagen. We hebben ervoor gekozen die nieuwe werkelijkheid niet als eindpunt te zien, maar als een nieuwe start.
Een nieuwe fase: adviseren met impact
Sinds 2026 brengen we met meer tempo gerichte adviezen uit. Daarbij combineren we wetenschap en juridische analyse met de ervaringen van mensen zelf. Zo adviseerden we onder meer over discriminatie en racisme in de gezondheidszorg, over gelijkwaardigheid tussen Europees en Caribisch Nederland en over de positie van mensen met een beperking. Binnenkort verschijnt een advies over contractarbeid en de plek die het moet krijgen in het collectief geheugen in Nederland. Die nieuwe adviesrol past bij wat wij de afgelopen jaren hebben geleerd. Grote programma's zijn belangrijk, maar verandering vraagt óók om scherpe interventies op het juiste moment. Soms moet je langdurig bouwen; soms moet je onmiddellijk reageren. Tegelijkertijd blijft samenhang noodzakelijk. Daarom ligt er voor de komende jaren wat ons betreft een belangrijke rol voor de NCDR in het onafhankelijk volgen en monitoren van de meerjarige aanpak van discriminatie en racisme. Worden beloften uitgevoerd? Bereiken maatregelen de mensen voor wie ze bedoeld zijn? Worden resultaten zichtbaar? En waar dat niet gebeurt: waarom niet?
Van tijdelijk instituut naar wettelijke verankering
Daarom is het van grote betekenis dat het huidige kabinet in het Coalitieakkoord heeft uitgesproken de NCDR wettelijk te willen verankeren. Die wettelijke verankering wordt momenteel voorbereid. Dat is meer dan een bestuurlijke of juridische verandering. Het betekent dat de aanpak van discriminatie en racisme niet afhankelijk hoort te zijn van de politieke kleur van een kabinet of van de prioriteiten van het moment. Discriminatie verdwijnt immers niet na één kabinetsperiode. Racisme laat zich niet bestrijden met tijdelijke projecten. Institutionele patronen veranderen niet binnen enkele jaren. Daarvoor zijn continuïteit, onafhankelijkheid, kennis, monitoring en vooral tijd nodig. Daarom is de hoop dat het wetsvoorstel voor de wettelijke verankering voortvarend verder wordt gebracht.
Vijf jaar verder, en nog lang niet klaar
Er is in vijf jaar veel bereikt. Discriminatie en racisme staan steviger op de bestuurlijke agenda. Er zijn netwerken ontstaan, gemeenschappen hebben een directere toegang gekregen tot beleid en bestuur, nieuwe thema's zijn zichtbaar gemaakt en de overheid wordt nadrukkelijker aangesproken op haar eigen verantwoordelijkheid. Maar een jubileum mag nooit een reden zijn om achterover te leunen. De cijfers en de ervaringen van mensen laten zien dat discriminatie nog dagelijks voorkomt: op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, op de woningmarkt, in de zorg, op straat, bij overheidsinstantie, online en bij publieke dienstverlening. Mensen worden nog steeds beoordeeld op hun naam, huidskleur, afkomst, geloof, beperking, geslacht, gender, seksuele gerichtheid of andere kenmerken. De meldcijfers over 2025 bereikten opnieuw recordhoogten. Daarom gaat het bij vijf jaar NCDR uiteindelijk niet om het voortbestaan van een instituut. Het gaat om de samenleving die wij willen zijn.
De volgende fase moet er een zijn van verankeren, monitoren en doorpakken. Van minder vrijblijvendheid en meer verantwoordelijkheid. Van goede bedoelingen naar aantoonbare resultaten. Vijf jaar geleden begonnen we met pionieren. Daarna hebben we gebouwd, verbonden, aangejaagd, gewaarschuwd en soms tegen de stroom in moeten roeien. Nu breekt een nieuwe fase aan. Een fase waarin de NCDR steviger kan worden verankerd in onze democratische rechtsstaat. Een fase waarin wij als verbinder, aanjager én waakhond blijven doen waarvoor we zijn ingesteld: ervoor zorgen dat gelijkwaardigheid niet alleen een prachtig beginsel in artikel 1 van onze Grondwet is, maar een werkelijkheid die mensen iedere dag daadwerkelijk ervaren. Vijf jaar NCDR is niet het einde, maar een nieuw vertrekpunt.








