De nieuwste cijfers uit de Monitor Discriminatie 2025 (MAR-rapportage of Multi Agency Report) en het rapport Strafbare Discriminatie van het Openbaar Ministerie (OM) laten opnieuw een zorgwekkend beeld zien. Antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), politie, het OM en andere meldpunten registreren recordaantallen meldingen, geregistreerde incidenten en zaken.

Achter deze cijfers schuilen geen abstracte trends, maar mensen die worden weggezet, uitgesloten, achtergesteld of geconfronteerd met geweld en agressie. ADV’s signaleren dat melders steeds vaker aangeven dat incidenten een grote impact hebben op hun dagelijks leven: gevoelens van onveiligheid, verlies van vertrouwen in instituties en terugtrekking uit het publieke leven.

De NCDR vraagt in het bijzonder aandacht voor de impact van discriminatie op individu en samenleving. Daarin speelt de opeenstapeling van ervaringen in verschillende domeinen van het leven een grote rol. Maar ook de versterkende impact van intersectionaliteit. Bijvoorbeeld: als vrouw, van kleur, met een beperking ondervindt je als langs verschillende assen van je identiteit, maar zeker ook tezamen, een of meerdere vormen van discriminatie. Dit vindt plaats op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, in de gezondheidszorg, maar ook op straat of thuis. Duidelijk wordt dat gelijkwaardigheid in Nederland onder significante druk staat.

Politiek, media en bestuur als aanjager

Opvallend is dat in 2025 één grote cluster van meldingen en aangiften direct te herleiden is tot een politieke uiting, in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen: een AI-geproduceerde afbeelding van PVV-leider Wilders op social media, met een stigmatiserend beeld van moslims. Ook resulteerde een jubileumboek van de gemeente Amsterdam, waar ook gebruik werd gemaakt van stigmatisering en stereotypering, tot een clustermelding en -aangifte van anti-Aziatisch racisme. In beide gevallen droeg de beeldvorming bij aan het normalisatie van discriminatie.

ADV’s en maatschappelijke organisaties, maar ook de NCDR en de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, wijzen erop dat dit patroon zich vaker voordoet: woorden en beelden van invloedrijke actoren hebben directe impact op de maatschappelijke acceptatie van discriminatie. (Media)beeldvorming, maar ook de beperkte regulatie op discriminatie en stigmatiserend taalgebruik op (nieuws)platformen hebben daarin ook een versterkend effect. Wanneer personen en instituten met macht zich schuldig maken aan discriminatie en stereotypering uit dat zich in meer discriminatie-ervaringen op straat, online en op de werkvloer. Politiek, bestuur maar ook de media dragen hierin een duidelijke verantwoordelijkheid als normsteller.

De cijfers uit 2025: structurele patronen, maar ook verschuivingen

  1. Bij vijf van de zes instanties waarvan de monitor cijfers bundelt is herkomst ook dit jaar de meest voorkomende discriminatie. Uit de registratie van sub-gronden door ADVs wordt duidelijk dat anti-Zwart racisme (25%) in de cijfers bovenaan staat, gevolgd door anti-Aziatisch racisme (15%). Discriminatie op grond van herkomst vindt voornamelijk plaats in de vorm van uitlatingen en vijandelijke bejegening.
  2. Cijfers van afgelopen jaar wijzen weer op een groot aantal meldingen van moslimdiscriminatie – bij de ADVs gaat het om 76% van de meldingen van discriminatie op grond van godsdienst. Moslimdiscriminatie doet zich voor in de openbare ruimte, maar ontstaat ook als gevolg van stigmatisering, bijvoorbeeld in de bejegening door de overheid. Wat in de beoordeling van deze cijfers bovendien moet worden meegenomen, is dat moslims discriminatie ervaren op grond van herkomst én godsdienst en de twee in de praktijk vaak niet los te zien zijn van elkaar.
  3. Een verontrustende verschuiving die kan worden waargenomen is de stijging in de hoeveelheid meldingen van discriminatie op grond van geslacht en seksuele gerichtheid. Van de 77% van de geregistreerde meldingen van de politie van discriminatie op grond van geslacht gaat over discriminatie van transgender personen. Bij ADV’s vormt geslacht de tweede grootste categorie, met 24% van de meldingen over discriminatie van transpersonen. Tegelijkertijd blijkt uit het aantal geregistreerde incidenten, meldingen en zaken bij het OM dat er bovengemiddeld veel incidenten van geweld en bedreiging zich voordoen tegen mensen uit de lhbtiqa+ gemeenschappen.

Beeld: © Bureau NCDR

Cijfers van het OM bevestigen het beeld

Op dezelfde dag als de Monitor Discriminatie 2025 publiceerde ook het Openbaar Ministerie het rapport Strafbare discriminatie: cijfers over 2025. De uitkomsten sluiten op belangrijke punten aan bij de bredere bevindingen uit de monitor.

  • Van de specifieke discriminatiefeiten die door het OM in behandeling zijn genomen, heeft het grootste deel betrekking op de discriminatiegrond ras (41%). Wanneer deze categorie verder wordt uitgesplitst, blijkt dat de selectie ‘Zwart’ het vaakst geregistreerd is, gevolgd door discriminatie op basis van migratieachtergrond. Daarmee wordt de trend in eerder genoemde cijfers van ADVs en politie bevestigd.
  • Daarnaast valt op dat bij andere delicten met een discriminatieaspect seksuele gerichtheid – anders dan in voorgaande jaren – de meest voorkomende discriminatiegrond is. Deze ontwikkeling zien we ook terug in de Monitor Discriminatie 2025, waarin cijfers van de politie, het College van de Rechten van de Mens en de ADVs  wijzen op toenemende vijandigheid en geweld tegen lhbtiqa+ personen.

Het rapport laat ook zien dat de meerderheid van de zaken die voor de rechter worden gebracht, leidt tot een veroordeling. Tegelijkertijd is er sprake van een sterke stijging in het aantal zaken dat instroomt bij het OM: 1011 feiten in 2025 tegenover 523 in 2024. Deze toename hangt samen met de invoering van het nieuwe artikel 44bis Wetboek van Strafrecht, waarin strafverzwaring bij discriminatoire motieven expliciet is vastgelegd. Hoewel deze ontwikkeling wijst op meer aandacht en registratie, is het nog te vroeg om te concluderen dat sprake is van een succesvolle uitbreiding in de aanpak van discriminatie.

Tipje van de ijsberg

Discriminatie wordt weinig gemeld. De genoemde trends zijn daarmee slechts het tipje van de ijsberg. Dit is een pijnlijk beeld van de staat van Nederland. De genoemde patronen en verschuivingen vragen concrete actie. De NCDR zal zich daarvoor inzetten, onder meer in de ontwikkeling van een nationale aanpak voor zowel moslimdiscriminatie als anti-Zwart racisme. Lees ook het statement van de NCDR over de discriminatiecijfers van 2025.