In het advies ‘Een samenleving zonder drempels’ gaat de NCDR in op wat er tien jaar na de ratificatie van het VN-verdrag Handicap in Nederland is verbeterd en wat er nog beter moet. De NCDR constateert dat de ambitie die uit de ratificatie van het VN Verdrag sprak, niet is waargemaakt. Beluister hier het gehele advies (per hoofdstuk). 

Rabin Baldewsingh, Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, zegt daar over:

Te veel mensen met een beperking ervaren dagelijks drempels die anderen niet zien. Drempels in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, bij het vinden van een passende woning, in het openbaar vervoer, in de digitale wereld, in de publieke ruimte en soms zelfs in de manier waarop naar hen wordt gekeken en over hen wordt gesproken. Deze drempels zijn niet het gevolg van een beperking zelf. Zij zijn het gevolg van keuzes die wij als samenleving maken. Of juist nalaten te maken.

Niets over ons zonder ons

In sessies die de NCDR organiseerde gaven de deelnemers keer op keer aan dat gesprekken en beslissingen vaak buiten hen om gaan. Hun ervaringen worden niet goed gehoord, hun belangen niet goed meegewogen en hun rechten onvoldoende gerealiseerd. Terwijl het VN-verdrag Handicap benadrukt dat mensen met een beperking niet moeten worden gezien als ontvangers van zorg of ondersteuning. Het zijn volwaardige burgers met dezelfde rechten, vrijheden en mogelijkheden als ieder ander. Daarom is dit advies ook juist in samenspraak met mensen met een beperking tot stand gekomen. Niets over ons zonder ons. Het is een van de aanbevelingen geworden die de NCDR doet in dit advies. Structurele betrokkenheid van mensen met een beperking bij beleid dat hen aangaat is een randvoorwaarde voor effectieve uitvoering.

Onderwijs, wonen en arbeidsmarkt

De aanbevelingen in het advies spitsen zich toe op onderwijs, wonen en arbeidsmarkt. Dit zijn drie terreinen waarop de uitsluiting van mensen met een beperking heel sterk voelbaar is. Regulier onderwijs moet letterlijk en figuurlijk toegankelijk worden voor kinderen met een beperking. Nu gaan kinderen met een beperking automatisch naar speciaal onderwijs en vallen zij totaal buiten het reguliere leven voor kinderen. Het idee dat we mensen met een beperking in een parallelle samenleving wegzetten, moet op de schop. Dat geldt ook voor de arbeidsmarkt. Werkgevers moeten hun vooroordelen onder de loep nemen en de Wet Banenafspraak moet aangepast worden, zodat het makkelijker is voor mensen met een beperking om een passende baan te vinden en te houden. Op het gebied van wonen moet de overheid de NEN-normen aanpassen, zodat huizen toegankelijk
gebouwd worden.

Onzichtbare uitsluiting

Discriminatie en uitsluiting van mensen met een beperking zijn niet altijd zichtbaar. Vaak is het ingebed in systemen, procedures, gebouwen, regels en maatschappelijke verwachtingen. Juist daarom verdient dit onze aandacht. Want achter iedere ontoegankelijke school, iedere afgewezen sollicitatie, iedere niet-aangepaste woning of iedere ontoegankelijke website gaat een mens schuil die niet dezelfde kansen krijgt als een ander. Dat raakt aan de kern van gelijkwaardigheid. Het uitgangspunt moet niet zijn wat iemand niet kan, maar hoe wij als samenleving ervoor zorgen dat iedereen kanmeedoen. Dat vraagt om een fundamentele omslag in denken en handelen.

Rabin Baldewsingh:

De huidige aanpak is nog te veel gebaseerd is op individuele aanpassingen achteraf. Mensen moeten vaak zelf aangeven wat zij nodig hebben, zelf procederen, zelf hun recht halen en zelf opkomen tegen ontoegankelijkheid. Daarmee leggen wij de verantwoordelijkheid neer bij degenen die juist bescherming nodig hebben. Dat kan absoluut niet. De overheid heeft een zorgplicht. Ook voor deze 2,2 miljoen mensen.

Inclusie is beter voor iedereen

De conclusie van het advies is dat de overheid en de samenleving een andere manier van denken moeten krijgen over mensen met een beperking. Een inclusieve samenleving denkt vooraf na over toegankelijkheid. Zij ontwerpt gebouwen, beleid, dienstverlening, onderwijs en werkplekken zodanig dat iedereen kan deelnemen. Zij verwijdert drempels voordat mensen ertegenaan lopen. Zij kiest niet voor uitzonderingen, maar voor vanzelfsprekende inclusie. Dat is niet alleen rechtvaardiger. Het is ook slimmer. Want een samenleving die toegankelijk is voor mensen met een beperking, wordt beter voor iedereen.