De geschiedenis van Nederland is breder dan de geschiedenis die we doorgaans kennen, onderwijzen en herdenken. Dat geldt in het bijzonder voor het koloniale verleden. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet om het Nederlandse slavernijverleden beter te erkennen en zichtbaar te maken. Tegelijkertijd zijn er andere wezenlijke onderdelen van het koloniale verleden die nog onvoldoende zijn verankerd in ons collectieve geheugen. De geschiedenis van de Chinese, Hindustaanse en Javaanse contractarbeid in Suriname is daar een belangrijk voorbeeld van. Daarom brengt de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) het advies Contractarbeid en historische gelijkwaardigheid. Een advies over de plaats van de contractarbeid in het Nederlandse collectieve geheugen uit aan het kabinet.

Waarom dit advies?
Na de afschaffing van de slavernij in Suriname ontstond behoefte aan nieuwe arbeidskrachten voor de koloniale economie. In verschillende perioden werden arbeiders uit China, Brits-Indië en Java naar Suriname gebracht. Zij kwamen terecht in een koloniaal arbeidssysteem waarin hun vrijheid gedurende de contractperiode sterk was beperkt. De geschiedenis van deze contractarbeid is niet onbekend. Er is historisch onderzoek verricht, al verschilt de omvang daarvan sterk per gemeenschap. Binnen Chinese, Hindustaanse en Javaanse gemeenschappen wordt bovendien al generaties lang kennis bewaard en doorgegeven via familiegeschiedenissen, organisaties, herdenkingen en cultureel erfgoed.
Toch heeft deze geschiedenis nog geen vanzelfsprekende plaats gekregen in het bredere Nederlandse verhaal. Het komt beperkt terug in het onderwijs, landelijke musea, erfgoedinstellingen, publieke herdenkingen en de nationale herinneringscultuur. De NCDR noemt dit historische ongelijkwaardigheid: een situatie waarin een deel van de nationale geschiedenis wel is onderzocht en vastgelegd, maar onvoldoende duurzaam zichtbaar en verankerd is in de instituties die ons collectieve geheugen vormgeven. Dat heeft ook maatschappelijke betekenis. Mensen willen zich kunnen herkennen in het verhaal dat een land over zichzelf vertelt. Wanneer de geschiedenis van bepaalde gemeenschappen daarin nauwelijks zichtbaar is, kan het gevoel ontstaan dat ook hun bijdrage aan de Nederlandse geschiedenis minder meetelt. De geschiedenis van contractarbeid is daarom niet alleen erfgoed van de nakomelingen van contractarbeiders. Het is onderdeel van de gedeelde Nederlandse geschiedenis.
Waarom is dit een opgave voor de NCDR?
Discriminatie en racisme staan niet los van geschiedenis, beeldvorming en maatschappelijke erkenning. De manier waarop wij het verleden onderzoeken, onderwijzen, bewaren en doorgeven, beïnvloedt mede hoe groepen in het heden worden gezien en hoe burgers hun plaats in de samenleving ervaren. Daarom raakt dit onderwerp rechtstreeks aan het werk van de NCDR. Een inclusieve samenleving vraagt niet alleen om gelijke behandeling in het heden, maar ook om een collectief geheugen waarin verschillende groepen en hun geschiedenissen herkenbaar zijn. De NCDR introduceert hiervoor het begrip ‘historische gelijkwaardigheid’ als normatief uitgangspunt. Dat betekent dat de overheid alle grote onderdelen van het koloniale verleden zorgvuldig en duurzaam erkent, onderzoekt, bewaart, onderwijst en doorgeeft. Iedere geschiedenis behoudt daarbij haar eigen context, betekenis en karakter. Dat laatste is essentieel. Historische gelijkwaardigheid betekent niet dat slavernij en contractarbeid aan elkaar worden gelijkgesteld of dat verschillende vormen van historisch onrecht met elkaar moeten worden vergeleken. Het gaat er juist om de eigenheid van iedere geschiedenis te respecteren en tegelijkertijd te erkennen dat deze geschiedenissen gezamenlijk onderdeel vormen van het Nederlandse koloniale verleden.
Van erkenning naar structurele verankering
Met dit advies wil de NCDR voorkomen dat aandacht voor contractarbeid afhankelijk blijft van incidentele projecten, tijdelijke subsidies of afzonderlijke initiatieven. Wat nodig is is een duurzame aanpak waarin wetenschap, onderwijs, archieven, erfgoed, cultuur, publieke zichtbaarheid en overheidsbeleid elkaar versterken. Daarbij moet worden voortgebouwd op de stappen die Nederland de afgelopen jaren heeft gezet rond het slavernijverleden. Die ontwikkeling laat zien wat mogelijk wordt wanneer overheid, wetenschap, onderwijs, erfgoedinstellingen en maatschappelijke organisaties gezamenlijk investeren in historische kennis en bewustwording. De volgende stap is het bredere koloniale verhaal vollediger te maken.
Het advies is opgebouwd rond drie pijlers: Erkennen, Verankeren en Verbinden. De zes aanbevelingen vormen samen één nationale strategie. Historische gelijkwaardigheid wordt daarmee vertaald van een normatief uitgangspunt naar een concrete bestuurlijke opgave. De NCDR adviseert het kabinet om een integrale nationale visie op het Nederlandse koloniale verleden te ontwikkelen. Verder adviseert de NCDR het kabinet om de geschiedenis én de maatschappelijke doorwerking van de contractarbeid te erkennen. Daarbij is het voor de NCDR om te komen tot een Nationaal Kennisinstituut Contractarbeid en de ontwikkeling van een duurzame nationale kennis- en erfgoedinfrastructuur. Voorts pleiten wij ervoor om de geschiedenis van de contractarbeid duurzaam te verankeren in onderwijs en burgerschapsvorming, de publieke zichtbaarheid van de geschiedenis van de contractarbeid te vergroten en historische gelijkwaardigheid duurzaam te borgen in het overheidsbeleid.
De kracht van deze aanbevelingen ligt in hun samenhang. Onderzoek heeft meer betekenis wanneer nieuwe kennis terechtkomt in het onderwijs. Archieven krijgen grotere maatschappelijke waarde wanneer zij toegankelijk zijn voor onderzoekers, families en burgers. Erfgoed wordt onderdeel van het collectieve geheugen wanneer mensen het ook tegenkomen in musea, media, kunst, cultuur en de openbare ruimte. En al deze inspanningen kunnen alleen duurzaam worden wanneer zij bestuurlijk worden geborgd.
Het verhaal vollediger vertellen
De NCDR vraagt met dit advies niet om een afzonderlijk koloniaal verhaal naast bestaande geschiedenissen. Het gaat juist om het vollediger vertellen van het verhaal dat Nederland al over zichzelf vertelt. De geschiedenis van contractarbeid behoort tot de geschiedenis van Suriname, tot de familiegeschiedenissen van Chinese, Hindustaanse en Javaanse Surinamers én tot de geschiedenis van Nederland en het Koninkrijk. Door die geschiedenis duurzaam te erkennen, onderzoeken, onderwijzen, bewaren en door te geven, ontstaat een collectief geheugen waarin meer Nederlanders zichzelf én elkaar kunnen herkennen. Zoals het advies het samenvat: de geschiedenis van de contractarbeid is geen vergeten hoofdstuk dat aan de Nederlandse geschiedenis moet worden toegevoegd. Zij is een bladzijde die altijd al deel uitmaakte van hetzelfde boek.
Wilt u meer lezen over het advies, ga dan naar deze link voor de digitale versie.